Contact

Procedure Protestantse Kerk


Korte samenvatting betreffende meldingen en klachtenprocedures in de Protestantse Kerk, vanuit het perspectief van een slachtoffer

SMPR is een organisatie die slachtoffers en gemeenten ondersteunt. SMPR is niet de organisatie die meldingen of klachten behandelt, dat doet de Protestantse Kerk. In de meeste situaties wordt dat gedaan door het regionale college voor het opzicht (RCO).

SMPR heeft vertrouwenspersonen met wie slachtoffers in contact gebracht kunnen worden. De vertrouwenspersoon ondersteunt en begeleidt het slachtoffer in het proces om te komen tot een besluit al dan niet iets met de situatie te doen, bijvoorbeeld het besluit om een klacht in te dienen bij het RCO, het moderamen van de kerkenraad in te lichten of om (vooralsnog) niets te doen.

Onderstaande informatie is een beknopte samenvatting en niet op alle situaties precies zo van toepassing. Raadpleeg daarvoor het ‘Protocol voor gemeenten die geconfronteerd worden met (seksueel) misbruik in pastorale en gezagsrelaties’ van de Protestantse Kerk, klik hier.

De andere bij SMPR aangesloten kerken hebben een eigen procedure, u vindt die in het menu bij ‘Protocollen en informatiefolders’.

Klacht bij het Regionaal College voor het Opzicht

Een klacht indienen bij het Regionaal College voor het Opzicht (RCO) gebeurt door het schrijven van een brief of e-mail waarin in elk geval staat tegen wie de klacht wordt ingediend en waarover, wat de positie in de kerk is van de aangeklaagde, wanneer het gebeurde heeft plaatsgevonden en welke schade de klager heeft ondervonden. Het adres van het RCO in de eigen regio is op te vragen via de Protestantse Kerk, telefoon 030-8801880.

Het RCO stuurt de klacht door naar de aangeklaagde. Deze reageert daar schriftelijk op. De klager kan daarop ook weer schriftelijk reageren. Dit alles loopt via de secretaris van het RCO.

Daarna worden de klager en de aangeklaagde door het RCO gehoord. Dat vindt plaats in elkaars aanwezigheid, tenzij de klager vooraf aangeeft dit niet te willen. In dat geval worden beiden apart gehoord. De klager kan vooraf ook aangeven niet door het voltallige college, maar door een deel daarvan gehoord te willen worden. Bij dit horen zijn tevens twee externe deskundigen aanwezig. Zij zijn geen lid van het college, maar zij zijn deskundig op het gebied van seksueel misbruik in gezagsrelaties. De gestelde vragen zijn direct, maar zorgvuldig en respectvol. Alle leden van het RCO zijn ambtsdragers en hebben ambtsgeheim. De vertrouwenspersoon of een andere raadspersoon van de klager mag bij het horen aanwezig zijn.

Van het horen wordt een verslag gemaakt. De klager kan aangeven dat zijn of haar naam niet in de verslagen genoemd mag worden. Het verslag wordt ter vaststelling naar alle aanwezigen gestuurd. Als de klager en de aangeklaagde buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord, krijgen zij daarna de verslagen van het horen van de ander te lezen en kunnen zij daar via de secretaris van het RCO op reageren. Daarna komt het RCO bij elkaar om een besluit te nemen.

Wanneer het RCO de klacht gegrond vindt, kan het de aangeklaagde een maatregel opleggen. Dat kan variëren van een terechtwijzing of vermaning tot schorsing voor bepaalde of onbepaalde tijd of tot ontzetting uit het ambt. Beide partijen hebben de mogelijkheid in beroep te gaan bij het Generaal College voor het Opzicht (GCO).


Melding bij de kerkenraad

Het doen van een melding bij de kerkenraad gebeurt door schriftelijk of persoonlijk een moderamenlid in te lichten. Het slachtoffer kan dat zelf doen of iemand anders namens het slachtoffer. Het moderamenlid zal dan het ‘Protocol voor gemeenten die geconfronteerd worden met (seksueel)misbruik in pastorale en gezagsrelaties’ volgen. Gebeurt dat niet, dan kan het slachtoffer/de melder het moderamenlid daarop wijzen. Het slachtoffer/de melder kan vragen om anonimiteit. Dan wordt afgesproken dat slechts een beperkt aantal mensen mag weten om wie het gaat, in eerste instantie bijvoorbeeld alleen de moderamenleden. Hun ambtsgeheim zorgt ervoor dat de naam van het slachtoffer niet naar buiten komt. Bij een mondelinge melding wordt een verslag gemaakt en krijgt het slachtoffer/de melder de gelegenheid te controleren of de inhoud klopt. Het moderamen biedt het slachtoffer pastorale zorg aan.

Het protocol geeft aan dat het moderamenlid vervolgens contact zoekt met een tweede moderamenlid. Dat gebeurt onder andere omdat het zwaar is een dergelijke situatie als ambtsdrager alleen te hanteren en om samen te kunnen overleggen wat te doen. Eén van beide moderamenleden neemt daarna contact op met het secretariaat van het Regionaal College voor de Visitatie (RCV) en vraagt om een visitator om hen in de uitvoering van het protocol bij te staan. Vaak zullen er twee visitatoren komen. Zij praten met de twee moderamenleden over de melding. Een visitator en één van de moderamenleden confronteren vervolgens in een gesprek degene over wie de melding gaat met hetgeen gemeld is. Ook van dit gesprek wordt een verslag gemaakt en de moderamenleden brengen het slachtoffer/de melder op de hoogte hoe het gesprek verlopen is.

Afhankelijk van de uitkomst van het gesprek besluiten de moderamenleden wat de volgende stap is. Het kan zijn dat zij, na afstemming met het slachtoffer, zelf een klacht indienen bij het RCO. Het slachtoffer wordt in de klachtenprocedure dan een getuige. Zowel het slachtoffer als degene over wie de melding gaat worden geïnformeerd over wat het RCO gaat doen. Zie voor alle mogelijke stappen pag. 19 van het genoemde protocol. Het slachtoffer kan dan nog besluiten om zelf een klacht in te dienen.

Het protocol geeft ook aan dat de kerkenraad zorgt voor pastorale zorg voor het slachtoffer, bijvoorbeeld omdat die tot dan toe verleend werd door degene over wie de melding gaat. De pastorale zorg kan worden verleend door een predikant uit de omgeving of door iemand die het slachtoffer zelf noemt. SMPR kan hierin adviseren.


Verjaring

Situaties van seksueel misbruik in pastorale of gezagsrelaties verjaren niet. Ook later nog kan een klacht worden ingediend of kan een melding bij de kerkenraad worden gedaan. Hoe meer tijd er is verstreken, hoe lastiger het wel is om bewijzen te verzamelen.


Gemeentebegeleiding

Wanneer de melding of de klacht tot langdurige afwezigheid van de predikant leidt of wanneer er in de gemeente geruchten ontstaan, moet de kerkenraad handelend optreden. De kerkenraad kan zich daarbij laten ondersteunen door een gemeentebegeleider van SMPR. Deze helpt de kerkenraad de situatie te hanteren. De kerkenraad zal tijdens de procedure geen inhoudelijke, maar alleen procedurele informatie aan de gemeenteleden geven.


Anonimiteit


De naam van het slachtoffer is alleen bekend bij de twee moderamenleden (alleen met toestemming van het slachtoffer bij het hele moderamen), bij de twee betrokken visitatoren, bij de vertrouwenspersoon, de coördinator van SMPR, de leden en de twee deskundigen van het RCO. Verder wordt de naam van het slachtoffer niet genoemd, tenzij deze daar geen bezwaar tegen heeft. Als slachtoffer is het belangrijk om de wens tot anonimiteit waar nodig steeds te benadrukken, zeker zolang nog geen gemeentebegeleider is ingeschakeld. Een gemeentebegeleider benadrukt mede de anonimiteit van het slachtoffer. Soms wordt de hele kerkenraad op de hoogte gesteld over wie het gaat. Ook dit wordt zorgvuldig met het slachtoffer afgestemd, al dan niet via de coördinator van SMPR.

In 
de praktijk blijkt dat het zeker mogelijk is dat alleen ambtsdragers met een ambtsgeheim en medewerkers van en namens SMPR met een beroepsgeheim weten om wie het gaat en dat de naam van de het slachtoffer niet bekend wordt bij gemeenteleden.